Выбрать главу

De Cock diepte het apparaatje uit zijn broekzak op, koos met kennersblik de juiste sleutelbaard en morrelde in het sleutelgat. Na luttele seconden gleed de deur piepend open.

Omzichtig stapten ze naar binnen. De Cock deed de toegangsdeur weer achter zich in het slot. Daarna liepen de beide rechercheurs verder de hal in. Rechts stond een deur op een kier. De Cock duwde hem verder open.

Verrast bleef hij in de deuropening staan en nam de situatie in zich op. In de kamer voor hem heerste een onbeschrijfelijke wanorde. In het midden lag een tafel met vier poten omhoog. De stoelen waren omver geworpen en laden en kasten overhoop gehaald. De inhoud lag her en der over de vloer verspreid. Vledder hijgde in zijn nek.

‘Ze zijn ons voor geweest.’

De Cock liep verder de kamer in. Vledder volgde.

Aan het einde van het vertrek leidde een open deur naar de slaapkamer. Ook hier een beeld van wanorde. Leeggehaalde kasten, een omgetrokken bed.

Vledder stootte De Cock aan en wees naar een blauw overgordijn, dat tot aan de vloer reikte. Het bolde alsof het door de wind werd gedragen. De Cock sloop er heen en trok het met een ruk opzij. De deuren naar een kleine veranda stonden open. De Cock bleef peinzend staan. Het beeld intrigeerde hem. De kruk van de spanjoletsluiting stond omhoog. Hij onderzocht de deuren zorgvuldig. Er waren geen sporen van braak of verbreking. Hij wees om zich heen.

‘Ik wil hier de tohd.[2] Ik heb mij steeds al afgevraagd waar de clown…’ Plotseling stokte hij. Zijn scherp gehoor had een piepend geluidje waargenomen. Hij wenkte Vledder naar zich toe. ‘Er is iemand aan de deur,’ fluisterde hij.

De beide rechercheurs wachtten ruim een halve minuut. Toen traden ze uit de slaapkamer naar voren.

Midden in het ruime vertrek, bij een omgeworpen stoel, stond een jonge vrouw. De Cock liep op haar toe.

‘Wie bent u?’ vroeg hij vriendelijk. De vrouw keek hem verbijsterd aan.

‘Charlotte,’ stamelde ze, ‘Charlotte… de vrouw van Fantinelli.’

11

De Cock boog stijf, vormelijk in de richting van de jonge vrouw. Intussen hield hij zijn blik strak op haar gericht. Ze was mooi, stelde hij vast, uitzonderlijk mooi. Lang en slank, met fraaie rondingen, gevangen in een donkerblauw, strak getailleerde mantel. Boven iets oplopende jukbeenderen glinsterden in haar ovaal gezicht een paar grote helgroene ogen. Goudblond haar rustte golvend op haar schouders.

De Cock liet het beeld op zich inwerken. Haar schoonheid, zo onderging hij, had een uitdagende, prikkelend sensuele uitstraling. Hij besefte dat slechts weinig mannen in staat zouden. zijn om aan haar verleidingen weerstand te bieden.

Hij kuchte en nam enige seconden de tijd om zich aan haar betovering te ontworstelen.

‘Aan… eh, aangenaam om met u kennis te maken,’ hakkelde hij. ‘Mijn naam is De Cock… met ceeooceekaa.’ Hij duimde wat stuntelig opzij. ‘En dat is mijn collega Vledder. Wij zijn rechercheurs van politie en onderzoeken de moord op de clown Pierrot.’ De verbijstering gleed van haar gezicht.

‘Politie,’ reageerde ze zichtbaar opgelucht.

De Cock keek haar onderzoekend aan.

‘Had u iemand anders verwacht?’

Charlotte schudde heftig haar hoofd.

‘Nee… nee… ik verwachtte niemand.’

De Cock strekte zijn wijsvinger naar haar uit.

‘Maar het verbaast ons wel om u hier aan te treffen. Hoe kwam u binnen?’

De jonge vrouw tastte in de zak van haar mantel en hield een sleutel omhoog. ‘Pieter en ik waren bevriend… al enige tijd. Ik heb deze sleutel van hem gekregen.’ Ze aarzelde even en keek van De Cock naar Vledder en terug. ‘Pierrot… Pierrot heette in werkelijkheid Pieter Eickelenbosch.’

De Cock glimlachte.

‘Dat was ons bekend.’

Charlotte richtte haar hoofd iets omhoog.

‘Schiet u al op?’

‘Waarmee?’

‘Met uw onderzoek.’

De Cock antwoordde niet. Hij hield er niet van wanneer bij een gesprek een ander het initiatief overnam. ‘Uw bezoek aan deze woonboot had een doel?’ vroeg hij, veel strenger dan zijn bedoeling was.

Ze knikte. ‘Ik kwam om een schone pyjama… voor Pieter. Hij wordt morgen begraven en ik wil niet dat hij in zo’n eng papieren doodshemd in zijn kist gaat.’ Het klonk scherp.

‘Wanneer hebt u Pieter voor het laatst gezien?’

De uitdrukking op haar gezicht versomberde.

‘Het weekend… het weekend heb ik hier samen met Pieter doorgebracht. Zondagmiddag heeft hij afscheid van mij genomen. Pieter moest weg… hij had nog een voorstelling in Leeuwarden.’ ‘En maandag in Groningen.’

Charlotte knikte.

‘Pieter zat nog volop in het werk.’

‘U en Fantinelli niet?’

Ze schudde haar hoofd.

‘Sinds dat verrekte faillissement komen we moeilijk nog aan de slag.’

De Cock wreef nadenkend over zijn kin.

‘Die… eh, die zondagmiddag… na het vertrek van Pieter… bent u hier toen nog lang gebleven?’

‘Ik moest zijn pak afmaken.’

De Cock keek haar fronsend aan. ‘Zijn pak?’ herhaalde hij vragend.

Charlotte zuchtte.

‘Pieter had altijd twee clownspakken. Eén voor reserve. Vrijdagnacht is zijn wagen opengebroken. Die stond hier op de gracht.’ ‘Toen hebben ze zijn clownspak gestolen?’

‘Ja. En zijn schminkkoffer. Ik heb zaterdagmiddag stof gekocht om een nieuw pak te maken.’ Ze glimlachte. ‘Voor ik Fantinelli leerde kennen, werkte ik op het atelier… modinette.’ ‘En waar is dat pak nu?’

Charlotte liet haar fraaie hoofdje zakken. Haar sensuele uitstraling verbleekte, veranderde in een expressie van diepe droefheid. ‘Daarin,’ sprak ze triest, ‘daarin werd hij vermoord.’ ‘In dat nieuwe pak?’

‘Ja, dat moet wel. Het clownspak dat hij zondagavond in Leeuwarden heeft gedragen, ligt nog in zijn wagen.’

De Cock kneep zijn ogen iets samen.

‘Hoe weet u dat?’

Ze wees achter zich.

‘Ik heb gekeken… achter in de kofferbak. De wagen staat hier verderop tussen de bomen. Hij is niet afgesloten. Pieter had na die inbraak nog geen tijd gehad om het slot te laten repareren.’ De Cock dacht over het onderwerp na. Het was zonder meer duidelijk, dat de moord op de clown en zijn vervanging op het toneel in Groningen terdege waren voorbereid. Hij tastte met zijn blik de gelaatstrekken van de jonge vrouw af. Koortsachtig zocht zijn geest naar het motief.

‘Hoe… eh, hoe was uw relatie met Pieter?’

‘Ik begrijp u niet,’ zei ze verward.

De Cock zocht naar een juiste formulering.

‘Volgens onze informaties,’ sprak hij terughoudend, ‘is uw interesse in mannen nogal… eh, seksueel gericht.’

Er kwam een kleine flikkering in haar ogen.

‘En?’

De Cock beluisterde haar strijdvaardige toon.

‘Ik bedoel… deelde u met Pieter… buiten zijn bed… ook zijn zorgen?’ ‘Had hij die?’

De Cock knikte heftig.

‘Het is ons ter ore gekomen dat vanuit de gokwereld zware druk op Pieter werd uitgeoefend. Hij had grote speelschulden.’ Charlotte schonk hem een meelijwekkend lachje.

‘Die had hij al zo lang als hij bij ons in het variétégroepje zat. Ik weet gewoon niet beter. Dat was ook de reden dat hij nooit een vaste relatie met een vrouw aanging. Hij voelde er niets voor om een ander in zijn misère te laten delen.’

‘En u?’

Er gleed een glimlach van vertedering over haar lippen. ‘Ik accepteerde hem zoals hij was.’

‘En omgekeerd?’

Weer was er even die flikkering.

‘Hij kende mijn escapades.’

De Cock knikte begrijpend.

‘Wisten ook de andere leden van het groepje dat Pieter gokte?’ Charlotte grijnsde.

‘Pieter maakte daar nooit een geheim van. Als hij een keer had gewonnen, dan trakteerde hij ons uitbundig. En als hij had verloren, probeerde hij bij ieder van ons geld te lenen.’

вернуться

2

Technische Opsporings- en Herkenningsdienst.