Выбрать главу

In de Jeroenensteeg bleef De Cock staan en keek rechts naar de monumentale ingang van de voormalige kerk met twee antieke lantaarns, waarin als dissonant moderne spaarlampen gloeiden. De oude rechercheur wachtte geduldig tot een tegen de kerkmuur plassende man waggelend de steeg had verlaten. Toen richtte hij zijn aandacht op een donkergroen gelakte deur. Hoewel er geen enkel huisnummer of aanduiding was te zien, wist De Cock dat die deur toegang gaf tot de woning van Peter van der Zwaard. Uit het apparaatje van Handige Henkie koos hij met kennersblik de juiste sleutelbaard. In luttele seconden had hij de deur geopend en stapte naar binnen.

Vledder volgde.

Na een klein portaal liep een houten trap vrij steil naar boven. De Cock pakte de leuning en trok en drukte zijn negentig kilo zwaar hijgend omhoog. De oude traptreden kraakten onder zijn voeten. Op het portaal van de eerste etage nam de oude rechercheur een kleine pauze en bracht zijn ademhaling weer in een rustig ritme. Daarna voelde hij aan de kruk van de enige deur op het portaal. Er was geen slot. De Cock drukte de deur open, pakte zijn zaklantaarn en liet het ovaal van licht door het vertrek dwalen. Het was schaars gemeubileerd. Aan de wanden hingen enige schilderijen in vergulde lijsten. De Cock herkende werken uit de Amsterdamse school. Op een uitbundig Chinees tapijt stonden vier fauteuils om een ronde ruwhouten tafel. Links aan de muur was een immens groot bureau met twee telefoons en een fax. De oude rechercheur liet het ovaal van zijn zaklantaarn op de laden van het bureau rusten. Daarna draaide hij zich half om en wendde zich tot Vledder.

‘Neem jij de laden links,’ sprak hij fluisterend, ‘dan neem ik ze aan de rechterkant. Doe wel voorzichtig. Ik wil niet dat hij direct merkt dat wij in zijn paperassen hebben gesnuffeld.’ De rechercheurs knielden bij de laden neer. Al na enkele minuten kwam Vledder omhoog.

‘Ik heb hier iets,’ sprak hij opgewonden. ‘Een brief met het briefhoofd van Gerard van Nederveld, Camera Obscuralaan in Amstelveen.’

De Cock kwam naast hem staan.

‘Wat staat er in?’

‘Niets. Ik bedoel geen tekst. Alleen aanduidingen van een verzameling.’

‘Neem hem mee.’

‘Die lijst?’

‘Ja.’

Vledder ademde diep.

‘Peter van der Zwaard zal hem missen,’ sprak hij hijgend. ‘En wij kunnen er wettelijk nooit gebruik van maken zonder toe te geven dat wij onrechtmatig deze woning zijn binnengedrongen.’ De Cock wuifde de bezwaren van Vledder weg.

‘Ik wil die lijst op het bureau eens rustig bekijken. Weet je nog precies waar je hem hebt gevonden?’

Vledder knikte.

‘Hier in de bovenste lade. Het was het derde stuk dat ik in handen kreeg.’

De Cock glimlachte.

‘Zo nodig lokken wij na een paar dagen Peter van der Zwaard opnieuw uit zijn huis en brengen die lijst bij hem terug.’ Vledder grinnikte.

‘Alsof er niets is gebeurd.’

De oude rechercheur knikte instemmend. Daarna bukte hij zich weer over de laden aan de rechterkant. Het ovaal van licht uit zijn zaklantaarn gleed even over het blad van het bureau, wipte langs de beide telefoons en de fax. In een flits herkende De Cock een foto in een oude zilveren lijst rechts op een hoek van het immens grote bureau. Hij liet het licht van zijn zaklantaarn erop rusten en stootte Vledder aan.

De mond van de jonge rechercheur zakte open.

‘Maurice van Nederveld.’

De Cock schudde zijn hoofd. ‘Marcel.’

12

De Cock schoof de mouw van zijn regenjas iets terug en scheen met zijn zaklantaarn op zijn polshorloge.

‘We moeten maken dat we hier weg komen,’ sprak hij fluisterend. ‘Ik wil niet dat hij ons overvalt. Het hangt ervan af hoe goed Smalle Lowietje zijn rol speelt. Als Peter van der Zwaard bemerkt dat het verhaal van de caféhouder louter humbug is, dan hebben we niet veel tijd meer over.’

Vledder kwam uit zijn gebukte houding bij de laden van het immense bureau omhoog.

‘Meer dan die lijst heb ik niet gevonden,’ verzuchtte hij. De Cock richtte het licht van zijn zaklantaarn op de foto van Marcel van Nederveld in de oudzilveren lijst.

‘Dit vind ik belangrijk.’

Vledder fronste zijn wenkbrauwen.

‘Heb jij enig idee waarom Peter van der Zwaard een foto van Marcel van Nederveld zo prominent op zijn bureau heeft staan?’ De Cock tuitte zijn lippen.

‘Hoewel niemand erover sprak,’ formuleerde hij bedachtzaam, ‘vermoed ik dat ook de ongehuwde Peter van der Zwaard homofiel is.’

Vledder ademde diep.

‘Marcel en Peter… een homofiele relatie.’

‘Precies.’

Vledder knikte voor zich uit.

‘Ik begrijp nu hoe Marcel van Nederveld wist dat zijn broer Gerard met een inventaris van de verzameling van zijn vader bij Peter van der Zwaard had aangeklopt voor een schatting van de waarde.’

De Cock wees naar het ontvreemde papier.

‘Hij zal hier die lijst hebben gezien en daaruit hebben geconcludeerd dat zijn broer Gerard de andere erfgenamen buiten de opbrengst van de kostbare verzameling probeert te houden.’ Vledder keek hem schuins aan.

‘Een terechte conclusie?’

De Cock trok een pijnlijk gezicht.

‘Dat is moeilijk te zeggen. Wat voert Gerard van Nederveld in zijn schild? Wat is zijn intentie? Wil hij van Peter van der Zwaard alleen een waardeoordeel over zijn vaders verzameling… of is hij echt van plan om de andere erfgenamen niet te laten meedelen?’

Vledder gromde.

‘Volgens mij is hij alleen op eigen voordeel uit.’

De Cock plukte aan zijn onderlip.

‘In dat geval komt er een belangrijke vraag naar boven.’ Vledder keek hem niet-begrijpend aan.

‘Welke?’

De Cock hield zijn wijsvinger voor zijn neus.

‘Weet Gerard dat zijn broer Marcel vriendschapsbanden met Peter van der Zwaard onderhield?’

‘Is dat belangrijk?’

De Cock knikte nadrukkelijk.

‘Denk eens goed na. Als Gerard van Nederveld weet of sinds kort heeft ontdekt dat zijn broer Marcel de handelaar Peter van der Zwaard kende… een homofiele relatie met hem had aangeknoopt… dan vormde broer Marcel voor Gerard van Nederveld een belangrijk obstakel voor eventuele verdere onderhandelingen met die Peter van der Zwaard.’

De oude rechercheur dacht na.

‘Zolang die relatie bestond… met andere woorden… zolang Marcel leefde… kon Gerard van Nederveld nooit ongemerkt de verzameling van zijn vader van de hand doen.’

In het schaarse gele licht dat van de antieke kerklantaarns door de zijramen het vertrek binnenviel, waren de opengesperde ogen van Vledder duidelijk zichtbaar.

‘Een motief,’ stamelde hij onthutst. ‘Een duidelijk motief voor moord.’

Nadat De Cock de sporen van hun aanwezigheid, zoveel als doenlijk had uitgewist en in de Jeroenensteeg de toegangsdeur weer zorgvuldig slotvast had gesloten, slenterden de rechercheurs terug naar de Kit. Het regende niet meer. De koelte die de regenbuien hadden gebracht, voelde aangenaam aan. De Cock keek om zich heen en gebaarde naar de woonboten aan de Singel.

‘Vraag eens een lijst op van de bewoners van die schepen hier.’‘Waarom?’

De Cock grijnsde.

‘De slachtoffers moeten toch ergens te water zijn gelaten.’‘Dat behoeft toch niet per se vanaf een woonboot te gebeuren?’ De Cock schudde zijn hoofd.

‘Het kan op tal van manieren… ook vanaf een woonboot.’ Vledder reageerde verder niet.

De Cock knoopte zijn regenjas los. Het raderwerk van zijn denken kwam knarsend op gang. Met zijn hoofd licht gebogen slofte de oude rechercheur diep in gedachten verzonken voort. De foto van Marcel van Nederveld in kabinetformaat op het bureau van Peter van der Zwaard had hem verrast. Hij vroeg zich af welke consequenties het had voor de beoordeling van de gepleegde moorden. Hoeveel had Marcel geweten van de activiteiten van Peter van der Zwaard? Hoe intiem was de vriendschap? En vooral, hoe vertrouwelijk waren beiden geweest?