Выбрать главу

Vledder verbrak zijn overpeinzingen.

‘Zullen we naar het cafeetje van Smalle Lowietje gaan? Misschien zit die Peter van der Zwaard daar nog? Ik wil die vent wel eens van nabij zien.’

De Cock schudde zijn hoofd.

‘Ik ben nog niet rijp voor een confrontatie.’

‘Wanneer wel?’

De Cock toonde zich wat geprikkeld.

‘Dat hoor je nog van me.’

De jonge rechercheur beluisterde de toon en liet het onderwerp rusten. Morrend liep hij verder.

Toen ze in de Warmoesstraat de hal van het politiebureau binnenstapten, wenkte Jan Kusters hen met een kromme vinger. De Cock liep op de wachtcommandant toe.

‘Als jij mij gaat vertellen,’ sprak hij dreigend, ‘dat er weer een lijk in het open havenfront drijft, ga ik gillen.’

Jan Kusters lachte. Hij stak zijn arm omhoog.

‘Er zit boven iemand op je te wachten.’

‘Wie?’

De wachtcommandant grijnsde.

‘Dezelfde vent die je een paar uur geleden naar huis hebt laten brengen.’

‘Maurice van Nederveld.’

Jan Kusters knikte.

‘Dat is hem. Hij kwam hier ongeveer een kwartier geleden nogal opgewonden binnen en vroeg naar jou. Toen ik hem vertelde dat jij er niet was en dat ik ook niet wist hoe laat jij zou terugkomen, stond hij erop om te blijven wachten.’

De Cock liep van de balie weg en stormde opmerkelijk kwiek de twee stenen trappen op.

Vledder volgde.

Maurice van Nederveld zag er weer toonbaar uit. Hij droeg een andere pantalon en zijn gescheurd jack was vervangen. Alleen de kras op zijn wang herinnerde nog aan zijn optreden op Westgaarde. Onder zijn linkerarm hield hij een schrift met een harde kaft geklemd.

De Cock schonk hem zijn beminnelijkste glimlach en leidde de jongeman de recherchekamer in naar de stoel naast zijn bureau. ‘Ga zitten,’ sprak hij vriendelijk. ‘Ik had u niet zo snel terug verwacht.’

Maurice van Nederveld nam plaats en legde het schrift op zijn knieën.

‘De… eh, de dood van Marcel houdt mij bezig,’ sprak hij hakkelend. ‘Ik denk niet dat ik dat ooit uit mijn gedachten kan bannen.’ De Cock keek hem bemoedigend aan.

‘De tijd heelt alle wonden.’

Maurice kneep zijn lippen op elkaar.

‘Ik verlang dat zijn moordenaar wordt ontmaskerd en gestraft.’ De Cock knikte met een ernstig gezicht.

‘Een terecht verlangen.’

Maurice wees voor zich uit.

‘Ik heb u al verteld dat Marcel nogal gesloten van aard was. We gingen heel goed met elkaar om, maar er was een brok in zijn leven, waarvan hij mij geen deelgenoot wilde maken.’‘Zijn homofiele geaardheid?’

Maurice maakte een hulpeloos gebaar.

‘Ik denk dat het daarmee te maken heeft. Toen ik vanavond thuiskwam en mij wat had opgefrist, ben ik naar zijn kamer gegaan en heb daar wat rondgekeken. Ik kwam daar nooit. Een moment overwoog ik om terug te gaan naar mijn eigen vertrek. Ik vond het gênant… een soort inbreuk op zijn privacy.’ De Cock knikte begrijpend.

‘U ging niet terug naar uw eigen vertrek?’

Maurice schudde zijn hoofd.

‘Mijn nieuwsgierigheid… mijn verlangen om meer van Marcel te weten… hield mij in zijn kamer. Ik heb niet bewust ergens naar gezocht. Ik wist ook niet waarnaar ik zoeken moest.’ De Cock glimlachte.

‘U hebt wel iets gevonden?’

Maurice knikte.

‘In zijn nachtkastje onder een schone pyjama lag dit schrift.’ De jongeman pakte het van zijn knieën en legde het voor zich op het bureau van De Cock.

‘Het lijkt een soort dagboek in geheimschrift met alleen data en initialen. Ik kan er nog niet goed wijs uit worden. Maar er was een duidelijk leesbare zinsnede die mij deed besluiten om het schrift onmiddellijk naar u te brengen.’

Maurice sloeg het schrift open, bladerde even en wees toen met zijn vinger. ‘Daar staat het: Moeder had kort voor haar dood nog een afspraak met PvdZ.’

De Cock slikte.

‘PeevandeZet… Peter van der Zwaard.’

Maurice van Nederveld ademde diep.

‘Dat moet,’ verzuchtte hij. ‘Het kan niet anders.’

De Cock had moeie voeten. Ze waren er ineens, onaangekondigd. Het was er als een donderslag bij heldere hemel. Hij leunde achterover en legde zijn voeten op een hoek van zijn bureau. Met een van pijn vertrokken gezicht bevoelde hij zijn kuiten. Het was alsof geniepige kleine duiveltjes uit pure boosaardigheid met duizend spelden in zijn kuiten prikten. Hij kende de pijn die uit de holten van zijn voeten kwam, langs zijn hielen omhoog trok en zich vastzette in zijn kuiten. Hij wist ook wat die pijn betekende. Telkens als de zaken slecht verliepen, als zijn onderzoek dreigde te verzanden en als hij het machteloze gevoel had volkomen in het duister te tasten, gaven die helse duiveltjes acte de présence.

Vledder keek hem bezorgd aan. ‘Zijn ze er weer… de duiveltjes?’ De Cock knikte en sloot zijn ogen. Enkele minuten bleef hij zo zitten, bewegingloos en geconcentreerd. Zijn markant gezicht leek een stalen masker. Om de pijn te verdrijven zette hij zijn tanden in zijn onderlip.

‘Het gaat wel weer over,’ sprak hij mat. ‘Het duurt nooit zolang.’ Vledder schudde zijn hoofd. ‘Je had vanmorgen beter thuis kunnen blijven… met je voeten in een teil met warm water.’ De Cock keek hem verwijtend aan.

‘Ik wist toch een uur geleden niet dat de duiveltjes mij vandaag zouden bezoeken. Het komt omdat wij na dagen van speuren in feite nog geen steek verder zijn gekomen. Dat wreekt zich bij mij.’ Vledder klapte met zijn vlakke hand op het schrift met harde kaft, dat voor hem op zijn bureau lag.

‘We moeten Peter van der Zwaard aanpakken,’ riep hij geëmotioneerd. ‘Alle lijnen lopen in zijn richting. De oude heer Van Nederveld gaat op pad naar een afspraak met hem… en wordt levenloos uit het water gevist. Moeder Van Nederveld heeft een afspraak met hem… en wordt levenloos uit het water gevist. Marcel van Nederveld heeft een relatie met hem… en wordt levenloos uit het water gevist.’

De jonge rechercheur zwaaide met zijn armen.

‘Het kan toch allemaal geen toeval zijn?’

De Cock tilde de benen van zijn bureau. De pijn in zijn kuiten trok langzaam weg. Alleen in zijn voeten bleef nog een gevoel van intense moeheid hangen. Hij boog zich iets naar voren. ‘Noem mij,’ sprak hij loom, ‘het motief en ik loop blijmoedig achter je aan om hem te arresteren.’

Vledder maakte een wrevelig gebaar. ‘Omdat wij zijn motief niet kennen, betekent dat toch niet dat Peter van der Zwaard onschuldig is?’

De Cock zuchtte diep. ‘Wat heeft het voor zin om Peter van der Zwaard naar de Kit te slepen met de wetenschap dat je hem na twee dagen toch weer vrij moet laten? Als ik iets tegen hem onderneem, moet ik zeker van mijn zaak zijn.’

Vledder grijnsde. ‘En intussen moordt hij voort.’

De Cock negeerde de opmerking. Hij wees naar het schrift met de harde kaft. ‘Heb je buiten de mededeling dat moeder Van Nederveld voor haar dood nog een afspraak met Peter van der Zwaard had, nog iets gevonden?’

Vledder trok zijn linkerschouder iets op. ‘De initialen PvdZ komen meerdere malen in het schrift voor. Maar er zijn ook vele andere initialen met data. Ik heb het idee dat Marcel elke amoureuze ontmoeting met datum en tijdstip noteerde.’

‘Is er een ontmoeting met PvdZ op of rondom het tijdstip van de dood van de heer en mevrouw Van Nederveld?’

Vledder schudde zijn hoofd. ‘Daar heb ik speciaal op gelet.’ Hij schoof het schrift met de harde kaft van zich af. ‘Ik geloof niet dat we er veel aan hebben.’

De Cock liet het onderwerp rusten. ‘Hoe laat is er sectie op het lijk van Marcel?’