Выбрать главу

‘In ieder geval niet meer in onze school juffrouw.’

Hannelore liet zich niet ontmoedigen. ‘Iets anders dan.’

‘Hoe bedoelt u, juffrouw?’

‘Herinnert u zich iets anders over Provoost, Brys en Aerts?’

‘Het waren geen gemakkelijke kinderen, juffrouw.’

‘In welk opzicht?’

Buffel aarzelde. Net als zoveel andere collega’s was hij er destijds van overtuigd geweest dat lesgeven het mooiste beroep ter wereld was. De praktijk had algauw het tegendeel bewezen. Kinderen waren kleine monsters die elkaar het licht in de ogen niet gunden.

‘Ik heb meer dan veertig jaar in het onderwijs gestaan,’ zei hij voorzichtig. ‘In die periode maakt een mens een en ander mee. Kinderen gedragen zich soms als wilde beesten en er waren van die momenten dat…’

‘… u zin had er een met zijn hoofd tegen de muur te kwakken,’ vulde Van In gedienstig aan. ‘Koesterde u die gevoelens ook voor Provoost, Brys en Aerts?’

Buffel voelde de koude rillingen langs zijn ruggengraat kruipen toen hij weer aan het voorval dacht.

‘Een keer zijn ze te ver gegaan,’ zei hij aangeslagen. ‘Het was in de zomer van 1966. Tijdens de vakantie konden de kinderen twee keer in de week op de school terecht voor een spelnamiddag. Dat kwam goed uit voor de ouders en bovendien beschikte de school over een grote tuin. Eigenlijk was het een soort van wildernis waar de jongens naar hartenlust konden stoeien. Die bewuste middag hield ik toezicht. Daar hadden we met de collega’s een beurtrol voor opgesteld. Ieder nam vier halve dagen voor zijn rekening. Dat deden we uiteraard onbezoldigd.’

‘De goede, oude tijd,’ dacht Van In.

Buffel nam zijn pijp weer op. Zijn handen beefden toen hij er tabak in stopte. Van In gaf de oude onderwijzer een vuurtje.

‘Provoost, Brys en Aerts waren altijd van de partij,’ zei Buffel. ‘Ze vormden een triumviraat. Ik wist dat ik hen bijzonder scherp in de gaten moest houden, want het drietal stond bekend om zijn ruwe spelletjes. Maar die middag leek alles rustig te verlopen. Ik voelde me een beetje loom. U moet weten dat mijn vrouw en ik bij het middagmaal een paar glazen wijn hadden genuttigd om onze vijftiende huwelijksverjaardag te vieren.’

Buffel kreeg het duidelijk moeilijk. Zijn wangen werden strakker, waardoor de steel van zijn pijp in een hoek van vijftien graden kwam te staan.

‘Gaat u verder, mijnheer Buffel,’ zei Hannelore met een bemoedigende glimlach.

‘Plotseling werd ik wakker geschud door een van de nieuwe leerlingen.’ Buffel trok verwoed aan zijn pijp. ‘Hoe heette die ook weer?’

‘Doet u geen moeite, mijnheer Buffel. U komt er straks wel op.’ Hannelore zat op het puntje van haar stoel.

‘In ieder geval zaten hij en zijn broer nog maar een paar weken bij mij in de klas. Meester, meester hoor ik de kleine roepen. Ze zijn… Dirk… ja, die naam herinner ik me,’ glunderde Buffel. ‘Ze zijn Dirk aan het vermoorden. Ik hoefde niet lang na te denken wie de kleine met ze bedoelde.’

‘Provoost, Brys en Aerts,’ merkte Van In totaal overbodig op.

Buffel knikte. De oude man leek de scène opnieuw intens te beleven. Zijn waterige ogen keken star door de glas-in-loodramen.

Hannelore gebaarde Van In dat hij stil moest zijn. Zijn tussenkomst had de concentratie van de onderwijzer verstoord.

‘Dirk en Dani Desmedt,’ zei Buffel plotseling met gefronste wenkbrauwen. ‘Het waren tweelingbroers. Als ik me niet vergis, waren ze afkomstig van Roeselare. Hun vader had werk gevonden in Zeebrugge en daarom waren ze naar Brugge verhuisd.’

‘U had het net over een moordpoging, mijnheer Buffel.’

‘Inderdaad, juffrouw. Ik heb er nog altijd moeite mee.’

‘Was het zo erg?’

Buffel haalde diep adem.

‘Het was afschuwelijk, juffrouw. Ze hadden Dirk uitgekleed en vastgebonden. Van zijn onderbroek hadden ze een prop gemaakt en die hadden ze in zijn mond gestopt.’

‘Ze?’

‘Provoost, Brys en Aerts.’

Buffel sprak de namen heel nadrukkelijk uit. Daarna zweeg hij. Van In grijnsde Hannelore veelbetekenend aan. Deze keer was het niet zijn schuld dat de onderwijzer de draad verloor.

‘Gaat u alstublieft verder, mijnheer Buffel.’

De oude slikte. Hij legde zijn rokende pijp in de asbak.

‘Provoost had een wasknijper op de neus van Dirk gezet. Telkens wanneer de jongen dreigde te stikken, haalde hij die weg. Daarna begon de marteling opnieuw, tot Dirk… mijn God… ik beleef die nachtmerrie nog keer op keer. Als ik die middag nuchter was geweest en…’

Buffel weende bittere tranen. Hannelore haalde een papieren zakdoek uit haar handtas. Ze stond op en troostte de arme man. De oude onderwijzer liet zich knuffelen als een kind.

Van In stak een sigaret op. Hij wendde zijn blik af van het gênante tafereel. Hoe was het mogelijk dat zo’n ingewikkelde zaak op zo’n banale manier werd opgelost? De moordenaar van Provoost had zichzelf verraden door het ritueel te herhalen dat hij als kind had ondergaan. Het getuigenis van Buffel was authentiek. Geen enkele krant had immers vermeld hoe Provoost was vermoord. Ze hoefden alleen nog Dirk of Dani Desmedt op te sporen en ze hadden de moordenaar.

Hannelore stond erop te blijven tot Buffel van de emotie was bekomen. Ze zette thee en wilde pas opstappen toen de oude onderwijzer haar tot driemaal toe verzekerd had dat hij oké was.

‘Je mag me ook straks feliciteren,’ smaalde Hannelore toen ze voor het verkeerslicht aan de Ezelpoort stonden. ‘En zeg nu niet dat het parket een onderzoek niet tot een goed einde kan brengen.’

‘Dankzij mijn baanbrekend speurwerk,’ riposteerde Van In. ‘Als ik Linda Aerts vierentwintig uur langer had kunnen vasthouden, was ik daar ook wel achter gekomen.’

‘Met behulp van een paar emmers water zeker?’

‘Een paar emmers,’ grinnikte Van In. ‘Jij hebt het mens onder de douche verhoord.’

Het groene licht behoedde Van In voor een pijnlijke elleboogstoot. Hannelore liet de Twingo optrekken als een opgeschrikte mustang en scheurde gierend door de Ezelstraat.

‘En nu nog Herbert,’ zei ze toen ze de Twingo in de Moerstraat parkeerde op een plek waar dat verboden was.

‘Daar zorg ik wel voor jongedame. Eén veer op je hoed is voldoende.’

Hannelore negeerde die opmerking. Ze vond van zichzelf dat ze uitstekend werk had verricht.

‘Ik sterf van de honger, Pieter.’

‘Alweer.’

‘Zwangere vrouwen eten voor twee,’ snoof ze.

‘Die stelling is al twintig jaar achterhaald. Het is trouwens jouw beurt om te koken.’

‘Heb jij boodschappen gedaan?’

Van In sloeg het portier dicht en keek naar het verbodsteken, een stille getuige van de overtreding. Hij haalde de schouders op.

‘Er ligt nog wat smeerkaas in de schapraai, meid. Trek in een portie friet?’

Hannelore trok haar neus op. Dat deed ze zelden, maar Van In genoot telkens weer van haar smoeltje als ze het deed. Dan leek ze op het schoolmeisje dat twee uur strafstudie heeft gekregen omdat ze tijdens de lessen haar nagels heeft gelakt.

‘In de Wittenkop staat er staartvis op het menu,’ sprak ze halfvragend.

‘Niemand belet je om mij te trakteren. Neem jij de staartvis maar. Ik ben tevreden met een steak Dyonnaise.’

‘Akkoord, maar jij betaalt de drank.’

‘Geen probleem,’ zei Van In monter.

Hij legde zijn arm om haar schouder. Ze liepen bekken tegen bekken door de Sint-Jacobstraat, als een verliefd stel dat voor het eerst in Brugge komt.

14

De steak Dyonnaise was Van In gisteravond uitstekend bevallen. De drank daarentegen, twee flessen witte wijn en drie Duvels, eiste nu zijn tol. Het gezoem van de wekker activeerde een ploeg koppige bouwvakkers die met voorhamers de binnenkant van zijn schedel bewerkten. Hannelore duwde hem uit het bed en draaide zich op haar andere zij.

Vannacht had Van In haar in een romantische bui een ontbijt op bed beloofd en dat was ze niet vergeten.