Выбрать главу

‘Wat doe jij in ’s hemelsnaam in deze uithoek?’ wist Will eindelijk uit te brengen, terwijl hij Alyss begeleidde naar de plek waar hij en Delia zojuist nog gezeten hadden. Het dorpsmeisje zag dat hij nog steeds een van haar handen omklemde, en dat zij geen aanstalten maakte om die hand terug te trekken.

‘O, gewoon, een routineboodschap van het hof aan de baron hier,’ zei zij en schudde haar gladde haren naar achteren als om te onderstrepen dat het om een onbelangrijke missie ging. ‘We sturen dezelfde boodschap aan meer dan de helft van alle lenen, niks om je zorgen over te maken. Ik wist dat jij hier op Zeeklif gestationeerd was, en ik heb met een andere boodschapper geruild, zodat ik je op kon komen zoeken.’ En daarbij staarde ze betekenisvol over zijn schouder en trok één fijne wenkbrauw op om hem erop te wijzen dat hij niet erg beleefd was.

Will besefte ineens dat hij Delia helemaal vergeten was en draaide zich haastig om, waarbij hij de mandola omstootte die hij tegen zijn stoel had gezet. Even was er een moment van verwarring, terwijl hij zich diep vooroverboog om het ding weer op te rapen. In elk geval, dacht Delia, heeft hij haar hand los moeten laten, de hand van dat toonbeeld van perfectie.

‘Oh, het spijt me!’ zei Will snel. ‘Alyss, dit is Delia, een goede vriendin van mij hier. Delia, dit is Alyss, diplomatiek koerierster, en een van mijn oudste en liefste vriendinnen.’

Delia kromp inwendig ineen bij dat ‘liefste’, maar trok een dappere glimlach terwijl zij de uitgestoken hand van Alyss aannam. Glad, warm, en droog natuurlijk — maar verrassend stevig. ‘Aangenaam,’ zei ze.

Alyss moest glimlachen toen ze merkte dat haar plotselinge aankomst niet door iedereen even aangenaam gevonden werd. ‘Insgelijks,’ antwoordde ze.

Will keek van de een naar de ander en wreef zich onzeker in zijn handen — hij wist even niet wat er van hem verwacht werd. Maar zijn blijdschap over de komst van Alyss kreeg snel weer de overhand. ‘Hoelang blijf je? Lang genoeg dat ik je het eiland kan laten zien?’

Alyss schudde spijtig van nee. ‘Alleen vanavond en morgen,’ antwoordde ze. ‘Morgen is er een officieel diner, maar vanavond ben ik vrij, en ik dacht…’

Ze maakte haar zin niet af en Will greep gretig zijn kans. ‘Nou, dan blijf je vanavond toch bij mij eten!’ Hij wees naar het huis achter hem. ‘Ik vraag Edwina wel of ze voor nog iemand eten wil brengen!’

‘Edwina?’ herhaalde Alyss, weer met zo’n glimlachje. Ze keek nieuwsgierig naar het huis, alsof Will daar een hele harem van vrouwen verborgen hield.

Maar voordat Will het kon uitleggen antwoordde Delia al. ‘Edwina is mijn moeder,’ zei ze. ‘Wij zijn van de herberg hier.’ Ze lachte net iets te vrolijk naar Will. ‘Ik zal het haar wel vragen. Ik weet zeker dat het geen probleem is, en ik moest toch maar weer eens terug naar huis.’

Will aarzelde, niet goed wetend hoe hij hierop moest reageren. ‘O… best… goed dan.’ En na net iets te lang gewacht te hebben voegde hij er nog aan toe: ‘Waarom eet je niet met ons mee? We kunnen toch best allemaal samen eten?’

Delia voelde een lichte triomf toen de glimlach op Alyss’ gezicht net een beetje verstrakte. Even voelde ze de verleiding om ja te zeggen. Maar ze besefte onmiddellijk dat deze kleine overwinning waarschijnlijk de enige zou zijn die ze die avond zou smaken.

‘Nee, nee, ik weet zeker dat jullie heel wat te bepraten hebben. Daar zit ik alleen maar bij in de weg!’

Alyss deed geen enkele moeite om haar tegen te spreken, merkte Delia op.

‘Nou, als je het echt niet wilt…’ zei Will onhandig. Hij voelde dat de sfeer wat gespannen werd, maar had geen idee wat hij daaraan zou kunnen doen. Voor hij iets kon zeggen had Delia al de kleine pan opgepakt, die zij voor zijn avondmaal meegebracht had. ‘Ik neem dit wel mee terug,’ zei ze. ‘Het is maar een stamppot en ik weet zeker dat mama beter haar best wil doen voor een oude vriend van de Jager!’

‘Dat zou fantastisch zijn,’ antwoordde Will automatisch, en zich geheel niet bewust van de ironie in haar stem. Hij keek nog steeds naar Alyss.

Delia wachtte een paar tellen en vroeg toen: ‘Hoe laat willen dan jullie eten?’

Weer wist Will zich zo snel geen raad, en weer moest Alyss inspringen. ‘Ik heb eerst nog een vergadering met de baron. En ik wil me even opfrissen op mijn kamer, een bad nemen en zo. Zullen we zeggen over een uur of twee?’

‘Over twee uur is uitstekend,’ antwoordde Delia. En daarna zei ze tegen Wilclass="underline" ‘Zal ik Dennis vragen om ook een paar flessen wijn te brengen?’ Dennis ging over de wijnen in de herberg.

Ook dat vond Will een goed idee. ‘Dat zou fantastisch zijn, dankjewel, Delia!’

Delia glimlachte, knikte Alyss gedag, draaide zich om en liep snel richting dorp. ‘Waarom heb ik dat laatste nou voorgesteld, verdorie?’ zei ze hardop terwijl ze wegliep. Bijna alsof ze het voor zichzelf nog moeilijker wilde maken. Misschien, dacht ze kwaad, kon ze ook nog wat romantische kaarsen brengen en die voor hen aansteken?

‘Zo, jongen, ik hoor allerlei interessante verhalen over jou,’ zei Alyss en glimlachte naar Will aan de andere kant van de gedekte tafel.

Hij aarzelde met zijn antwoord, terwijl hij haar nog een glas van de heerlijke witte wijn inschonk. Vreemd genoeg had Delia de beste wijn uit haar moeders kelder laten brengen.

‘Ach, ik doe maar wat,’ zei hij. ‘Af en toe weet ik het ook niet meer, hoor!’

Alyss bleef hem zonder met haar ogen te knipperen aankijken. Ze liet zich door die quasi-onverschilligheid niet voor de gek houden.

‘O ja? De bemanning van een wolvenschip uitnodigen voor een feestmaal?’ antwoordde zij. ‘Voorkomen dat je dorp wordt platgebrand, door een paar koeien en wat zakken wijn vrijwillig af te staan? Als je het mij vraagt is dat meer dan zomaar wat aanrommelen. Dat was verdraaid knap werk van je!’

‘Ach, Skandiërs zijn helemaal geen kwaaie mensen, als je eenmaal weet hoe je ze aan moet pakken,’ zei Will, en grijnsde breed. Hij was eigenlijk best trots op de manier waarop hij die crisis te lijf was gegaan. ‘En bovendien was het alleen al de moeite waard om al die opgeprikte ridders en hun dames daar aan tafel te zien zitten, samen met een bende bloeddorstige zeerovers!’

Alyss fronste haar wenkbrauwen en streek met haar vingertop langs de rand van haar wijnglas. ‘Maar was dat niet een beetje té riskant? God weet wat er had kunnen gebeuren toen je die mensen zo bij elkaar zette.’

Will schudde beslist van nee. ‘Nee hoor, niets ergs, zeker niet nadat Gundar me zijn woord gegeven had, als schipper van de boot. Er is geen Skandiër die zo’n belofte ooit zou verbreken. En ik wist ook dat Norris op zijn beurt zijn eigen mensen onder controle zou houden, dat was wel het minste wat hij kon doen.’ Bij die laatste woorden lachte hij betekenisvol.

Alyss begreep die onuitgesproken boodschap en trok vragend haar wenkbrauwen op. Will aarzelde even — eigenlijk wilde hij de vuile was van Zeeklif nog niet naar buiten brengen. Maar toen bedacht hij dat Alyss lid was van het diplomatieke korps, en dat ze dus gewend was om wel grotere geheimen te horen en te houden dan dit.

‘Weet je, Norris en de baron hadden de boel hier wel erg laten verslappen. Als het echt op vechten aangekomen was, dan hadden ze geen schijn van kans gehad. Hun manschappen zijn nauwelijks opgeleid, helemaal niet getraind en ze hebben een conditie van likmevestje. En Norris wist dat en ging toen gelukkig mee in mijn idee van een gezellig dinertje.’

‘En het was ook een perfect idee!’ zei Alyss bedachtzaam.