‘Ik geef je één vraag, Harine,’ zei hij met opgestoken vinger. ‘Maar ik beloof dat ik die zo openhartig mogelijk zal beantwoorden. Het is een eerlijke ruil, en dat weet je. Ik heb op het ogenblik weinig geduld.’
Harine legde haar vingers tegen haar lippen. ‘Dan is het overeengekomen, onder het Licht.’
‘Het is overeengekomen,’ zei Rhand. ‘Onder het Licht. Het antwoord op mijn vraag?’
‘Mannen die kunnen geleiden, krijgen de keus,’ zei Harine. ‘Ze mogen ofwel van de boeg van een schip stappen met een steen aan hun voeten gebonden, of ze kunnen zich laten afzetten op een kaal eiland zonder voedsel of water. Die tweede keus wordt als de meest oneervolle gezien, maar enkelen doen dat toch, om hun leven nog een tijdje te rekken.’
Niet veel anders dan wat zijn eigen volk deed bij het stillen van mannen, eigenlijk. ‘Saidin is nu gereinigd,’ zei hij tegen haar. ‘Dat gebruik moet ophouden.’
Ze tuitte haar lippen terwijl ze hem aankeek. ‘Uw... man heeft hierover gesproken, Coramoor. Sommigen hebben moeite het te geloven.’
‘Het is waar,’ zei hij ferm.
‘Ik twijfel er niet aan dat u dat gelooft.’
Rhand knarsetandde en onderdrukte opnieuw een vlaag van woede,maar zijn hand balde zich tot een vuist. Hij had de smet weggenomen! Hij, Rhand Altor, had een daad verricht die sinds de Eeuw der Legenden niet meer was gezien. En hoe werd dat ontvangen? Met argwaan en twijfel. De meeste mensen namen aan dat hij waanzinnig aan het worden was, en dat hij zich daarom een ‘reiniging’ inbeeldde die niet werkelijk was voorgevallen.
Mannen die konden geleiden werden altijd gewantrouwd, maar zij waren nu net de enigen die konden bevestigen wat Rhand beweerde! Hij had verwacht dat er met vreugde en verwondering op zijn overwinning zou worden gereageerd, maar hij had beter moeten weten. Hoewel mannelijke Aes Sedai ooit evenveel ontzag hadden ingeboezemd als hun vrouwelijke evenknieën, was dat lang geleden. De dagen van Jorlen Corbesan waren verloren geraakt in de tijd. Alles wat mensen zich nu nog herinnerden, was het Breken en de Waanzin. Ze haatten mannelijke geleiders. En toch dienden ze er een door Rhand te volgen. Zagen ze die tegenstelling niet? Hoe kon hij hun ervan overtuigen dat er niet langer een reden bestond om mannen die de Ene Kracht konden aanraken te vermoorden? Hij had ze nodig! Er zat misschien wel een tweede Jorlen Corbesan tussen de mannen die het Zeevolk in zee smeet!
Hij verstijfde. Jorlen Corbesan was voor het Breken een van de vaardigste Aes Sedai geweest, een man die enkele van de ongelooflijkste ter’angreaal had gemaakt die Rhand ooit had gezien. Alleen had Rhand ze niet gezien. Dat waren Lews Therins herinneringen, niet de zijne. Jorlens werkplaats in Sharom was verwoest – en de man zelf gedood – door de terugslag van Kracht uit de Bres. O, Licht, dacht Rhand wanhopig. Ik verlies mezelf. Ik verlies mezelf in hem.
Het meest angstaanjagende was nog wel dat Rhand niet langer kon wensen dat hij Lews Therin kon uitbannen. Lews Therin had een methode gekend om de Bres te verzegelen, zij het niet volkomen, maar Rhand had geen flauw benul hoe hij die taak moest aanpakken. De veiligheid van de wereld kon wel eens afhangen van de herinneringen van een dode waanzinnige.
Veel mensen rondom Rhand leken geschokt, en Harines ogen stonden onbehaaglijk en een beetje bang. Rhand had weer in zichzelf staan mompelen, besefte hij, en hij hield er meteen mee op. ‘Ik neem genoegen met je antwoord,’ zei hij stijfjes. ‘Wat wil je mij vragen?’
‘Ik stel mijn vraag later wel,’ zei ze. ‘Als ik wat tijd heb gehad erover na te denken.’
‘Zoals je wilt.’ Hij draaide zich om, en zijn geleide van Aes Sedai, Speervrouwen en dienaren volgde. ‘De wachters van het Reisterrein zullen je naar je kamer begeleiden en je eigendommen meebrengen.’ Ze had een hele berg spullen bij zich. ‘Flin, kom mee!’
De oudere Asha’man sprong door de Poort en droeg de laatste kruiers op terug te draven naar de haven aan de andere kant. Hij het de Poort in een streep van licht wegdraaien en verdwijnen, en haastte zich toen achter Rhand aan. Met een korte blik en een glimlach groette hij Corele, die hem had gebonden als haar zwaardhand. ‘Mijn verontschuldigingen dat mijn terugkeer zo lang op zich heeft laten wachten, Drakenheer.’ Flin had een leerachtig gezicht en nog maar een paar dunne lokken haar op zijn hoofd. Hij leek veel op enkele van de boeren die Rhand in Emondsveld had gekend, hoewel hij al het grootste deel van zijn leven soldaat was. Flin was naar Rhand toe gekomen omdat hij Heling had willen leren. Rhand had hem in plaats daarvan omgesmeed tot een wapen. ‘Je hebt gedaan wat je was opgedragen,’ zei Rhand, die terugliep naar het veld. Hij had de neiging om Harine de schuld te geven van de vooroordelen van een hele wereld, maar dat was niet eerlijk. Hij had een betere aanpak nodig, een aanpak waardoor iederéén het zou inzien.
‘Ik ben nooit zo goed geweest in Poorten maken,’ vervolgde Flin. ‘Niet zoals Androl. Ik moest...’
‘Flin,’ onderbrak Rhand hem. ‘Genoeg.’ De Asha’man bloosde. ‘Het spijt me, mijn Drakenheer.’ Naast hem lachte Corele zachtjes en klopte Flin op zijn schouder. ‘Let maar niet op hem, Damer,’ zei ze met een lijzige Morlandse tongval. ‘Hij is de hele ochtend al zo zwartgallig als een winterse donderwolk.’
Rhand wierp haar een boze blik toe, maar ze glimlachte goedgeluimd terug. Wat de Aes Sedai ook van mannelijke geleiders in het algemeen vonden, degenen die Asha’man als zwaardhanden hadden aangenomen leken ten opzichte van die mannen even beschermend als moeders jegens hun kinderen. Ze had Flin dan wel gebonden, maar hij bleef een van Rhands mannen. Hij was eerst en vooral een Asha’man, en pas daarna zwaardhand.
‘Wat denk jij, Elza?’ vroeg Rhand, die zich van Corele naar de andere Aes Sedai wendde. ‘Over de smet en wat Harine zei?’ De vrouw met het ronde gezicht aarzelde. Ze liep met haar handen op haar rug, gekleed in een donkergroen gewaad dat slechts lichtjeswas voorzien van borduurwerk. Erg sober en praktisch, voor een Aes Sedai. ‘Als mijn Drakenheer zegt dat de smet is gereinigd,’ zei de vrouw behoedzaam, ‘dan is het beslist ongepast om twijfel over hem uit te spreken in het bijzijn van anderen.’
Rhand trok een grimas. Als dat geen karakteristiek Aes Sedai-ant-woord was. Eed of niet, Elza deed wat ze wilde. ‘O, we waren er allebei bij in Shadar Logoth,’ zei Corele, die haar ogen ten hemel sloeg. ‘We hebben gezien wat u hebt gedaan, Rhand. Bovendien voel ik de mannelijke helft van de kracht via die lieve Damer hier als we verbonden zijn. Die is veranderd. De smet is weg. Waarachtig als het zonlicht is hij verdwenen, hoewel het geleiden van de mannelijke helft nog altijd aanvoelt als een worsteling met een zomerse wervelwind.’
‘Ja,’ zei Elza, ‘dat mag wel zo zijn, maar u moet beseffen hoe moeilijk het anderen valt om dat te geloven, Drakenheer. In de Tijd van Waanzin kostte het sommige mensen tientallen jaren om te aanvaarden dat de mannelijke Aes Sedai gedoemd waren waanzinnig te worden. Het zal waarschijnlijk nog langer duren voordat ze over hun wantrouwen heen zijn, nu het al zo lang deel van hen uitmaakt.’ Rhand klemde zijn kaken op elkaar. Hij had een heuveltje bij het kamp bereikt, vlak naast de aarden wal. Hij liep verder naar boven, en de Aes Sedai volgden.
Hier was een laag houten platform gebouwd: een schans van waaraf pijlen over de wal konden worden geschoten. Rhand kwam boven aan de heuvel tot stilstand, omringd door Speervrouwen. Hij merkte amper de soldaten op die hem een saluut brachten terwijl hij over het Saldeaanse kamp met de nette rijen tenten uitkeek. Was dit alles wat hij de wereld zou nalaten? Een gereinigde smet, maar nog altijd mannen die werden gedood of verbannen om iets waar ze niets aan konden doen? Hij had de meeste naties aan zich gebonden. Maar hij wist heel goed dat hoe steviger je een hooibaal vastbond, hoe harder de touwen knapten als ze werden doorgesneden. Wat zou er gebeuren als hij overleed? Een mate van oorlog en verwoesting die het Breken kon evenaren? Hij was de vorige keer niet in staat geweest te helpen, want hij werd verteerd door waanzin en verdriet over Hyena’s dood. Kon hij deze keer iets gelijksoortigs voorkomen? Had hij een keus?