Ender had moeite om kolonel Graff scherp te zien. De man leek heel ver weg en ontzettend klein, alsof Ender hem met een pincet kon oppakken en hem zo in een zak kon stoppen. Weggaan van alles hier, naar een plek waar hij het heel zwaar zou krijgen, zonder Valentine en zonder pap en mam.
En toen dacht hij aan de films van de kruiperds die iedereen minstens een keer per jaar moest bekijken. De vernietiging van China. De Slag in de Gordel. Dood en leed en schrik. En Mazer Rackham die met zijn briljante manoeuvres een vijandelijke vloot versloeg die tweemaal zo groot was als die van hem en tweemaal zoveel vuurkracht had. En dan in van die kleine mensenscheepjes die zo zwak en broos leken. Alsof het een strijd was van kinderen tegen grote mensen. En wij wonnen.
‘Ik ben bang,’zei Ender. ‘Maar ik ga toch met u mee.’
‘Vertel me dat nog eens,’zei Graff.
‘Het is toch de reden dat ik geboren ben, niet? Als ik niet ga, waarom besta ik dan?’
‘Niet goed genoeg,’zei Graff.
‘Ik wil niet,’zei Ender, ‘maar ik ga toch.’
Graff knikte. ‘Je mag nog van gedachten veranderen. Tot het moment dat je bij mij in de auto stapt, mag je nog van gedachten veranderen. Daarna blijf je zolang de Internationale Vloot het wil. Begrijp je dat?’
Ender knikte.
‘Goed. Nou, dan gaan we het hun maar vertellen, niet?’
Moeder huilde. Vader drukte Ender stijf tegen zich aan. Peter gaf hem een hand en zei: ‘Het geluk is met de dommen.’Valentine gaf hem een zoen en maakte zijn wang nat met haar tranen.
Hij hoefde niets in te pakken. Hij moest niets meenemen. ‘De school verschaft alles wat je nodig hebt, van uniformen tot en met boeken en schriften. En wat speelgoed aangaat — er wordt maar één spel gespeeld.’
‘Vaarwel,’zei Ender tegen zijn gezinsleden. Hij legde zijn hand in die van kolonel Graff en liep met hem de deur uit.
‘Schiet een paar kruiperds voor me overhoop,’schreeuwde Peter hem achterna.
‘Ik hou van je, Andrew!’riep moeder.
‘We zullen je schrijven!’zei vader.
En toen hij in de auto stapte die geruisloos in de gang stond te wachten, hoorde hij Valentine verdrietig roepen: ‘Kom heelhuids terug, Ender! Ik blijf altijd van je houden!’
4. Pendellichting
‘Met Ender moeten we een moeizaam evenwicht vinden. Hij moet voldoende apart gezet worden om creatief te blijven — anders past hij zich gewoon aan het systeem hier aan en dan zijn we hem kwijt. Maar tegelijk moeten we ervoor zorgen dat hij zijn sterke leidinggevende aanleg behoudt.’
‘Als hij een bevordering verdient, krijgt hij vanzelf een leidinggevende positie.’
‘Zo eenvoudig is het niet. Mazer Rackham kon zijn kleine vloot hanteren en daardoor winnen. Tegen de tijd dat de volgende oorlog plaatsvindt, is het allemaal veel te veel, zelfs voor een genie. Veel te veel scheepjes. Hij moet soepel kunnen samenwerken met zijn ondergeschikten.’
‘O, mooi. Hij moet een genie zijn en nog aardig op de koop toe.’
‘Niet aardig. Als hij aardig is, krijgen de kruiperds ons te pakken.’
‘Je gaat hem dus in een uitzonderingspositie manoeuvreren.’
‘Tegen de tijd dat we bij de school aankomen heb ik hem volledig geïsoleerd van de rest van de jongens.’
‘Daar twijfel ik niet aan. Ik zie vol verwachting uit naar je komst. Ik heb de opnamen gezien van wat hij met die jongen van Stilson uithaalde. Je neemt nu niet bepaald een beminnelijk ventje mee hierheen.’
‘Daar vergis je je in. Hij is nog veel beminnelijker. Maar maak je daar maar geen zorgen om. Dat hebben we er in een wip uit.’
‘Soms denk ik wel eens dat je het leuk vindt om die kleine genietjes af te knijpen.’
‘Het is uiteindelijk een hele kunst, en ik ben er erg goed in. Maar leuk vinden? Nou, misschien wel. Als ze naderhand de stukken weer op hun plaats weten te krijgen en ze er beter van worden, wel.’
‘Wat een monster.’
‘Bedankt. Betekent dat dat ik opslag krijg?’
‘Alleen een medaille. Het budget is niet onuitputtelijk.’
Ze zeggen dat gewichtloosheid desoriëntatie kan veroorzaken, vooral bij kinderen omdat hun richtingsgevoel nog niet echt zeker is. Maar Ender was al gedesoriënteerd voor hij de zwaartekracht van de Aarde niet meer voelde. Zelfs al voor de lancering van de pendel begon.
Er werden nog negentien andere jongens tegelijk met hem gelanceerd. Ze stapten achter elkaar de bus uit en de lift in. Ze praatten en vertelden moppen en liepen op te scheppen en te lachen. Ender liep er zwijgend tussen. Hij zag dat Graff en de andere officieren hen in de gaten hielden. Onderzoekend. Alles wat we doen betekent iets, besefte Ender. Dat zij lachen. Dat ik niet lach.
Hij speelde met de gedachte om te proberen net zo te doen als de andere jongens. Maar er schoot hem geen enkele mop te binnen en die van hen leken helemaal niet leuk. Waar zij hun lach ook vandaan haalden, Ender kon in zijn binnenste nergens zo’n plek vinden. Hij was bang en angst maakte hem ernstig.
Ze hadden hem een uniform laten aantrekken, een eendelig pak; het was een gek gevoel om geen riem om je middel te hebben. Hij voelde zich hobbezakkig en naakt in die kleren. Er draaiden TV-camera’s die als dieren op de schouders van kruipende, sluipende mannen zaten. De mannen bewogen zich traag en katachtig om de bewegingen van de camera vloeiend te maken. Ender merkte ineens dat hij zelf ook vloeiende bewegingen maakte.
Hij stelde zich voor dat hij op TV geïnterviewd werd. De presentator zou vragen: Hoe voelt u zich, meneer Wiggin? Nou, eigenlijk heel goed, alleen heb ik honger. Honger? O ja, vanaf twintig uur voor de lancering mag je niets meer eten. Wat interessant, dat wist ik eigenlijk niet. We hebben eigenlijk allemaal flink veel honger. En ondertussen zouden Ender en de TV-man voortdurend vloeiend voor de cameraman heen en weer benen, met lange, soepele passen. Nu pas voelde Ender een opwelling om te lachen. Hij grijnsde. De andere jongens om hem heen lachten op dit moment ook net, maar om een andere reden. Ze denken dat ik om hun grap lach, dacht Ender. Maar ik lach om iets dat veel leuker is.
‘Een voor een de ladder op,’zei een officier. ‘Als je bij een lege zitplaats komt ga je zitten. Er zijn geen plaatsjes bij het raam.’
Het was een geintje. De andere jongens lachten.
Ender was bijna de laatste, maar niet de allerlaatste. De TV-camera’s bleven stug doordraaien. Zal Valentine me in de pendel zien verdwijnen? Hij overwoog even om naar haar te zwaaien, of naar de cameraman toe te hollen om te vragen: ‘Mag ik even de groeten doen aan Valentine?’Hij wist niet dat het uit de opname geknipt zou worden als hij dat zou doen, want de jongens die uitzwermden naar de Krijgsschool hoorden allemaal helden te zijn. Ze hoorden helemaal niemand te missen. Ender wist niets van die censuur, maar hij wist wel dat het verkeerd zou zijn om naar de cameraman toe te hollen.
Hij liep over de korte brug naar de deur van de pendel. Hij zag dat de wand aan zijn rechterhand bekleed was met vloerbedekking. Op dat moment raakte hij zijn oriëntatie kwijt. Zodra hij die wand als een vloer zag, begon hij het gevoel te krijgen dat hij over een wand liep. Hij kwam bij de ladder en zag dat het verticale oppervlak achter de ladder ook met vloerbedekking was bekleed. Ik klim tegen de vloer omhoog. Hand over hand, tree voor tree.