‘Ondanks het feit datje tegen machines bent?’ vroeg Havig.
‘Ach, je kunt er plezier van hebben zolang ze er zijn, of dat nou goed is of niet, vind je niet?’ Ze keek hem kalm aan en zei op sombere toon: ‘Dat is ongeveer alles wat we kunnen doen, jij en ik. Een paar fijne schuilplaatsjes zoeken, hier en elders in de tijd-ruimte. Het Arendsnest dwarsbomen kunnen we toch niet.’
‘Toch ben ik er niet zeker van dat hun overwinning is voorbeschikt,’ zei Havig. ‘Maar misschien is de wens de vader van de gedachte. Zijn ernst vulde de leegte die Xenia had achtergelaten. ‘Leonce, het is verkeerd om wetenschap en technologie overboord te gooien. Die kunnen misbruikt worden, maar dat kan met alles. De natuur is nooit volmaakt in evenwicht geweest — er zijn veel meer uitgestorven dan levende soorten — en de primitieve mens was even destructief als de moderne. Het duurde alleen langer voor hij zijn omgeving opgebruikt had. Waarschijnlijk hebben de jagers uit het steentijdperk de mammoets van het Pleistoceen uitgeroeid. Boeren met sikkels en graafstokken hebben de Vruchtbare Gordel uitgeput. En bijna de hele mensheid stierf op jeugdige leeftijd aan oorzaken die te voorkomen zijn als je maar weet hoe … De Maurai zullen meer doen dan de grondvesten van het leven op aarde herbouwen. Zij zullen als eersten proberen een evenwichtig milieu te scheppen. En dat is slechts mogelijk doordat zij de wetenschappelijke kennis en middelen bezitten.’
‘Het ziet er niet naar uit dat ze succes zullen hebben.’
‘Dat weet ik niet. Die geheimzinnige verre toekomst … Die moet onderzocht worden.’ Havig wreef in zijn ogen. ‘Later, later. Nu ben ik te moe. Leen me na de lunch je mes, dan snij ik wat twijgen en ga ik drie weken slapen.’
Ze knielde voor hem neer, legde een hand om zijn hals en streelde hem met de andere door het haar. ‘Arme Jack,’ fluisterde ze. ‘Ik was een beetje kortaf, niet? Vergeef me. Het was voor mij ook een moeilijke tijd toen je bij me wegging … Ga maar slapen. Vandaag hebben we rust en vrede.’
‘Ik heb je nog niet bedankt,’ zei hij onhandig. ‘Ik zal je nooit genoeg kunnen bedanken.’
‘Jij sufferd! Waarom denk je dat ik je daar uitgehaald heb?’ Ze sloeg haar armen om hem heen.
‘Maar… maar Leonce. Ik heb mijn vrouw zien sterven!’
‘Ik weet het,’ snikte ze. ‘Wat zou ik graag teruggaan om … haar te ontmoeten. Als zij je gelukkig kon maken … Maar dat gaat niet, ik weet het. Ik zal wachten, Jack, zolang dat nodig is.
Ze waren niet uitgerust voor een lang verblijf in het oude Amerika. Ze hadden in de toekomst uitrusting kunnen kopen en naar het verleden kunnen verschepen, maar na wat hun was overkomen, stond hun hoofd niet naar idyllische leegloperij.
Havigs toestand was van meer belang. De wond in zijn binnenste heelde langzaam, maar liet een diep litteken achter: het besluit het Arendsnest te bestrijden. Het ging hem er niet alleen om zich te wreken op de moordenaars van Xenia. Leonce nam dit als vanzelfsprekend aan en schaarde zich aan zijn zijde omdat een Gletsjervrouw haar man trouw was. Het ging hem er voornamelijk om, geloofde hij, dat een bende rovers uitgeroeid diende te worden. De wandaden die zij bedreven en nog zouden bedrijven, konden niet meer worden uitgewist; maar zou daar geen eind aan gemaakt kunnen worden? Zou een latere toekomst dat niet bespaard kunnen blijven?
‘Wat ik niet begrijp,’ zei hij tegen Leonce, ‘is dat er in het Maurai-tijdperk en later geen tijdreizigers worden geboren. Ze kunnen natuurlijk incognito blijven — zoals velen van hen in vroegere perioden — omdat ze te bang zijn of te slim om hun unieke gave te onthullen. Maar dat klinkt niet erg geloofwaardig, wel?’
‘Heb je dat onderzocht?’ vroeg zij.
Ze waren in een hotel in het midden van de twintigste eeuw. Het was vroeg in de avond en rondom hen knalde en knipperde Kansas City. Hij vermeed zijn vroegere verblijfplaatsen tot hij zeker wist dat de mannen van Wallis die niet zouden ontdekken. Het zachte lamplicht bescheen Leonce die in een doorschijnende nachtjapon met onder haar kin opgetrokken knieen in bed zat. Overigens liet zij hem in niets merken dat zij diep in haar hart meer was dan een zusterlijke kameraad. Een jageres leert geduld, een Skula leert in het hart te kijken.
‘Ja,’ zei hij. ‘Ik heb je verteld van Carelo Keajimu. Hij heeft zijn connecties over de hele wereld en als hij geen tijdreiziger weet te vinden, kan niemand het. Hij is er niet in geslaagd.’
‘Wat nu?’
‘Ik weet het niet; alleen, Leonce, we moeten de gok wagen. We gaan op een expeditie in de tijd na de Maurai.’
Wederom moesten zij tijd van leven besteden aan praktische problemen. Ga maar na. Het ene tijdperk wordt niet plotseling vervangen door een ander. Iedere stroming wordt verdoezeld door talloze tegenstromingen. Maarten Luther was niet de eerste protestant in de leerstellige en politieke betekenis van dat woord. Hij was gewoon de eerste die voet aan de grond kreeg. En zijn succes was gebaseerd op eeuwenlange mislukte pogingen; Hussieten, Lollards, Albigenzen en zo verder tot de ketterijen van de dageraad van het christendom; en zelfs die waren van oorsprong nog ouder. Op dezelfde wijze kwamen atoomreactors en aanverwante machines in gebruik, terwijl tegelijkertijd de uit Azie ingevoerde mystiek ontkende dat de wetenschap een antwoord kon geven op vragen die wezenlijk van belang waren. Als je een tijdperk wilt bestuderen, in welk jaar begin je dan? Je kunt door de tijd reizen, maar als je eenmaal je doel bereikt hebt, heb je slechts de beschikking over je twee voeten om je te verplaatsen. Waar vind je onderdak? Hoe kom je aan eten? Het kostte een paar tochtjes naar de toekomst voor ze een plan konden maken.
De details zijn niet belangrijk. Op de Westkust van het eenendertigste-eeuwse Amerika had zich een bastaardvorm van Ingliss-Maurai-Spanjol ontwikkeld die voor Havig nog wel te volgen was. Hij nam een grammatica, een woordenboek en gevarieerd leesmateriaal mee terug. Na individuele concentratie en wederzijdse oefening konden Leonce en hij het redelijk vlot spreken.
Er werden zo veel bezoekers van overzee aangevoerd door met atoomenergie aangedreven en door robots bemande transporttoestellen, dat twee extra bezoekers niet zo erg zouden opvallen, vooral omdat ze naar Sancisco gingen, een geliefd pelgrimsoord; daar had de goeroe Duago Samito zijn visioen gehad. Niemand geloofde in wonderen, maar men geloofde dat je mocht hopen inzicht te verkrijgen als je op de door mensenhanden gemaakte heuvels in de kelkvormige baai neerkeek en jezelf een liet worden met hemel en aarde en water.
Een kredietrekening was niet nodig in de financiele wereldmachine. Deze eeuw was, op zijn sobere wijze, welvarend. Een huishouding kon de slaapplaats en het voedsel voor een paar bezoekers makkelijk missen; de kinderen luisterden graag naar verhalen van reizigers.
‘Als u de Sterrenmeesters zoekt. ..’ zei de vriendelijke, donkere man, die hun op een avond onderdak verschafte, ‘ja, die hebben hier dichtbij een nederzetting. Maar die zullen er toch ook wel in uw land: zijn?’
‘We zijn nieuwsgierig of de Sterrenmeesters hier op die bij ons thuis’ lijken,’ antwoordde Havig. ‘Ik heb gehoord dat er vele soorten zijn.’
‘Dat is juist.’
‘Het zal onze reis niet al te zeer verlengen.’
‘U hoeft er niet heen te lopen. Opbellen kan ook.’